Op stap in Het Groene Woud

Een meerdaagse wandeling door Nationaal Landschap Het Groene Woud

Kartuizerweg De Dommel Liempde Kerkakkers Dommelbeemden Poosplaats het Hoefje Duits Lijntje Lussendreef Geelders Bosccheweg en Groene Poort Dommel bij de Schoonberg Meanders bij Oude Hooibrug Hogert Poel Geelders Dommeldal Hezelaarse akker Vleesbroek Natuurbrug Velder Heerenbeek

Kartuizerspatiamentum

Een wandeling door het Kartuizererfgoed in Het Groene Woud

11 kilometer

In het contemplatieve leven van de Kartuizer monnik speelde de wekelijkse wandeling of Spatiamentum een belangrijke rol. De monniken konden met elkaar een gesprek aangaan en maakten een tocht van een drietal uren door een verlaten gebied in de directe nabijheid van hun klooster. De wandeling van 11 kilometer die wij voor u hebben uitgezet voert weliswaar niet door een extreem rustig gebied maar brengt u wel in contact met het kartuizerverleden van de omgeving van Olland. Daarnaast kun u genieten van het schitterende landschap vol van cultuurhistorie, natuur en aardkundige bijzonderheden. Een digitale versie van de wandeling kunt u vinden op www.wandeleninhetgroenewoud.nl.

Stichting Kartuizerklooster Sinte Sophia van Constantinopel wens u een prettige tocht. FOTO 3. Echte kartuizers aan de wandel

Inleiding Kartuizers klooster Sinte Sophia van Constantinopel
Door zijn schenking bij testament van goederen in Olland, Kasteren en in andere plaatsen van de Meierij, legde in juli 1465 Ludolf van de Water, een kanunnik van de Sint Jan in 's-Hertogenbosch, de grondslag voor de stichting van een Kartuizerklooster in het land van de Dommel. De orde van de kartuizers is de meest strenge kloosterorde en wordt gekenmerkt door grote soberheid en strengheid. Bij de schenkingen van Ludolf en anderen hoorden ongeveer 130 hectaren in de huidige Geelders en een aantal rechten op de toen nog gemeenschappelijke gronden van de zogenaamde Bodem van Elde. Onder het rectoraat van deze Dionysius de Kartuizer vond in 1465-1466 de bouw plaats van een bescheiden klooster (kapel en vijf cellen) in Olland. De eerste bewoners waren 5 personen waaronder 3 monniken. De bewoners zijn er niet lang gebleven. Ze vertrokken naar Den Dungen en Vught. De kartuizers bleven echter gronden in Olland (Houthem), Sint-Oedenrode en Kasteren aankopen zodat hun bezit op de stichtingsplaats bleef toenemen. Tijdens de godsdienstoorlogen in de 16e en 17e eeuw verbleven de monniken afwisselend in Den Bosch, Sint-Michielsgestel, Esch en Boxtel. Na een langslepende gerechtelijke procedure met de Staten-Generaal werd in 1658 een compromis bereikt, waarbij met prior Josephus van Oetelaar, geboren in Sint-Oedenrode, werd overeengekomen dat de kartuizers tegen betaling van het enorme bedrag van 55.000 gulden aan de Staten-Generaal als eigenaars van de goederen werden erkend. Mede om de nodige financiële middelen te vergaren voor de betaling van het vereiste bedrag aan de Staten, werden tussen 1658 en 1663 alle goederen inclusief de Geelders-eigendommen verkocht.

  • De start van de 11 kilometer lange Spatiamentum wandeling is voor café 't Groene Woud ( 0411 631291) in de buurtschap Kasteren van Liempde. U kun parkeren aan de overzijde van het spoorlijntje.
FOTO 1. Café 't Groene Woud

Het Groene Woud
Het Groene Woud is het totale groene gebied tussen Den Bosch, Tilburg en Eindhoven en is als zodanig ontstaan in 1998. De kern van Het Groene Woud bestaat uit hoogwaardige natuurgebieden met veel verschillende landschappen, planten en dieren. De meeste landschappen zijn onder invloed van de mens ontstaan zoals bijvoorbeeld het heidelandschap van de Kampina Heide of het kleinschalige agrarische landschap van de Mortelen. De rivier de Dommel stroomt met haar zijtakken door het gebied en verhoogt op vele plekken de landschappelijke waarden. Rondom Liempde is een kern van bossen aanwezig die zijn waarde dankt doordat het altijd bos geweest is en doordat de waterstand zo hoog is. Deze zogenaamde leembossen herbergen veel bijzondere soorten planten en dieren zoals de boommarter, de wespendief of de geoorde glasslak. Het beheer van deze leembossen gebeurt door Staatsbosbeheer, Brabants Landschap en enkele particulieren. De Geelders is een van de meest bijzondere leembossen door het gevoerde niet-beheer van Ewald Marggraff. Door de aanwezigheid van dood hout en afwezigheid van menselijke activiteiten hebben juist hier veel bijzondere planten en dieren hun plaats gevonden. Het Groene Woud is georganiseerd in de Streekraad Het Groene Woud. De visie van de Streekraad is om met alle inwoners en andere betrokkenen de waarden van Het Groene Woud te versterken.

  • Een klein deel van de wandeling gaat over de asfaltweg langs het café over de Slophoosweg. Na ca 150 m gaat we rechtsaf een zandpad op, De Maai. Links ziet u enkele natte weilandjes waar het gebied naar vernoemd is: maaien. Op het einde van de weg gaan we rechtsaf. Na ongeveer 500 m neemt u de verharde weg linksaf de Hoevedreef in. U loopt naar de hoeve Het Groot Duijfhuis die u al een tijdje aan uw linkerhand zag liggen.
FOTO 2. Groot Duijfhuis

Het Groot Duijfhuis
De kartuizers waren zelf niet productief en de geschonken hoeves werden door hen via verpachting gebruikt om inkomen en voedingsmiddelen te verkrijgen. De belangrijkste hoeve van kartuizerklooster Sinte Sophia van Constantinopel was Het Groot Duijfhuis. Kartuizerhoeve Het Groot Duijfhuis ligt aan de Dommel op Kasteren in Liempde. De vroegste gegevens van de kartuizerhoeve, die nu Het Groot Duijfhuis genoemd wordt, dateren al uit de veertiende eeuw. De hoeve heeft verschillende benamingen gehad: Ten Acker of Ten Ecker, De Grote Hoeve of Die Hoeve opt Water. In 1458 verkochten de kinderen van Reinier van Vinkenschoot Het Groot Duijfhuis aan Ludolf van de Water, kanunnik in Den Bosch. Deze schonk het in 1471 aan het kartuizerklooster Sinte Sophia van Constantinopel. Twee eeuwen later, in 1659, verkochten ze Het Groot Duijfhuis aan Pieter Lus. De nieuwe eigenaar verbouwde de hoeve en zette er een grote duiventoren van drie verdiepingen hoog bij, met rode stenen ingemetseld het jaartal 1661.Via enkele latere eigenaren kwam het geheel eerst in handen van de familie van Rijckevorsel en in 1863 van de Liempdse familie Schoenmakers. Deze laatste had het in bezit tot 1976. Uit onderzoek blijkt dat de nu nog aanwezige Heerenkamer in 1523 gebouwd is. De Vlaamse schuur bij de hoeve is de oudste tot nu toe bekende Vlaamse schuur van Nederland: de kartuizers bouwden deze schuur in 1525. Duiventorens behoren wellicht tot de meest bijzondere bijgebouwen die je bij een boerderij kunt verwachten. In Nederland zijn ze erg zeldzaam. De duiventoren bij Het Groot Duijfhuis is de meest bekende duiventoren in Het Groene Woud. Zoals alle agrarische bijgebouwen was ook de duiventoren een economisch functioneel gebouw. Met name de duivenmest was belangrijk. Het geheel werd in 1980 gerestaureerd. De hoeve is nu eigendom van Stichting Brabants Landschap.

FOTO 3. De Duiventoren
  • Bij de hoeve houdt u de weg naar links aan. U ziet rechts nog meer cultureel erfgoed in de vorm van een bijzondere boerenschuur. Na een tijdje wordt de weg een zandpad. In een bocht naar links gaat u rechtsaf en komt uiteindelijk bij een trekpontje over de Dommel. Steek de beek over en vervolg aan de overzijde het Dommelsteegje.

De Dommel
De Dommel is dé rivier van Midden Brabant. Je kunt gerust zeggen dat alles van regenwater, grondwater en afvalwater uiteindelijk in deze blauwe ader van de Meierij terechtkomt. Vanuit België stroomt een bescheiden waterloop noordwaarts naar 's-Hertogenbosch. Onderweg neemt hij vele stroompjes in zich op en passeert diverse landschappen. Op sommige plaatsen zijn dat heidevelden en bossen, elders loopt de beek over in moerassige gebieden en helaas staan er op zijn oever nog veel te vaak maïsvelden of boomkwekerijen. Als de Dommel noordelijk van Eindhoven is aangeland begint één van de fraaiste stukken beektraject van de gehele provincie. Vrijwel ongeschonden in een uitgestrekt beekdal voert het tracé langs oude watermolens, boerderijen en indrukwekkende natuur. Vooral in ons Kartuizerland ter hoogte van Olland is het beekdal uniek. Naast een bijzonder reliëf met zanddonken en kommen bieden ook oude afgesneden meanders een breed scala aan aardkundige waarden. Voeg daarbij de beekdalgraslanden of beemden, de kenmerkende populierenbossen en lanen en de oude hoeves met bijzondere bijgebouwen en u begrijpt dat de 15e eeuwse monniken zich hier prima op hun gemak hadden moeten voelen. Dat ze al na 2 jaar zijn vertrokken zal dan ook zeker niet aan de schoonheid van de Dommel en zijn dal hebben gelegen. U kunt er uitgebreid van genieten want u passeert op de wandeling de Dommel tweemaal: eenmaal per pont en eenmaal met een kleine brug.

FOTO 4. De Dommel
  • Op het einde van het steegje gaan we linksaf de Smaldersestraat in. Na het huis aan de linkerkant linksaf de Kerkakkers in. Rechts van u ligt de kern van het dorp Liempde.
FOTO 18. Hanne mi de moor, een Liempdse huisvrouw die de stoep schoonmaakt

Het dorp Liempde
Liempde is een van de meest markante dorpen van de Meierij van 's-Hertogenbosch. Veel van de bijzondere kenmerken van oude akkerdorpen op zandgronden langs beekdalen zijn hier behouden gebleven. In de 14e eeuw bestond het dorp uit een aantal buurtschappen die in een landschap met hoog geleden akkergronden en het lage beekdal van de Dommel verspreid door het gebied lagen. Buiten de gehuchten lagen uitgestrekte gemeenschappelijke gronden die de bewoners in erfpacht van de landsheer hadden. Het waren meestal bossen, heiden en drassige gronden die langzaam onder particuliere eigenaren verdeeld werden en zo versnipperd raakten. Op enkele knooppunten van wegen vormden zich gedurende de eeuwen bewoningskernen die naar elkaar toe groeiden en zo het huidige dorp vormden. Liempde was eeuwenlang een geïsoleerd dorp. Op het einde van de 19e eeuw verbond de aanleg van een spoorweg en een verharde straatweg uiteindelijk de gemeenschap met het dichtbij gelegen Boxtel. De dorpsplattegrond biedt een interessant beeld van driehoekige pleintjes op de punten waar voormalige zandwegen elkaar ontmoetten. Hier staan nog steeds fraaie boerderijen, de dorpsherberg, het oude raadhuis, een echte muziekkiosk en het dorpsbeeld van 'Hanneke mi de moor'.

Al vanaf 1232 wordt Liempde vernoemd liggende in het kwartier van Peelland en dus ressorterend onder Sint-Oedenrode. Op het einde van de 14e eeuw komt het onder Boxtel waarmee het in 1996 in één gemeente is samengevoegd. Het dorp ligt te midden van schitterende natuurgebieden, centraal in het Nationaal Landschap Het Groene Woud. FOTO 6. Liempde

De Kerkakkers
Het toponiem Kerkakker is samengesteld uit twee begrippen die vooral in Liempde nadere toelichting verdienen. De kerk van het oude Liempde was een kapel gewijd aan Sint Jan op een hoge plaats aan de Dommel. Opvallend is de decentrale ligging ten opzichte van het huidige dorp hetgeen wijst op het feit dat er in de 14e eeuw nog geen sprake was van een centrale kern. Nadat de Meierij tot het protestantisme overging moest men in Liempde zijn bedehuis heroprichten in een zogenaamde schuurkerk die wel in de huidige dorpskern was gelegen. De kapel verviel en werd in 1826 afgebroken waarbij men wel het kerkhof bleef gebruiken. De oude ligging van kerk en kerkhof heeft haar benaming doen overgaan op een akkercomplex ter plaatse. De locatie is op bijzondere wijze als een bezinningsplek in het landschap teruggebracht. Het achtervoegsel akker duidt natuurlijk op een stuk grond dat voor deze doeleinden werd gebruikt. Toch zit ook hier een verhaal aan vast. Akkers waren in vroegere tijden grote open vlakken waarop een aantal boeren uit het dorp hun percelen hadden afgeperkt. Deze eigenaren teelden hun gewassen op een goed bemest en hoog en droog gelegen complex van voedselrijke gronden. Om en over de akker liepen enkele zandwegen en het geheel werd omheind door een haag al dan niet vergezeld van een zandwal met greppel. Dit laatste om ongewilde bezoekers als wild uit de omgeving te weren. Er zijn naast de Kerkakkers in Liempde nog een tweetal van dergelijke akkercomplexen bewaard gebleven en nog prominent in het landschap zichtbaar.

FOTO 8. Kerkakkers
  • Steek de pastoor Dobbeleijnstraat over en vervolg over het zandpad waar u op het einde het fietspad linksaf neemt: de Herscheweg. Vervolg het fietspad tot over de brug van de Dommel. Links van het fietspad liggen de schitterende Dommelbeemden. Bij het passeren van de brug komt u in het dorp Olland van de gemeente Sint-Oedenrode.

De Dommelbeemden
De Dommelbeemden worden gevormd door drassige langs de beek gelegen gronden en worden ook wel groengronden genoemd. In natte tijden behoren zij tot het winterbed van de Dommel zodat ze vrijwel elk jaar in dit seizoen aan overstromingen blootstaan. De beemden vormen hier een duidelijk herkenbaar deel van het beekdal. Ze worden van de hogere gronden op de flanken gescheiden door een steilrand die precies op de scheiding van het winterbed van de stroom ligt. De laag gelegen beemden trekken water aan dat stromend vanuit de hogere delen hier aan het oppervlak komt en kwelwater wordt genoemd. Het kwelwater bevat vaak een bijzondere kwaliteit die kan leiden tot een unieke vegetatie. Grote delen van het jaar waren de beemden niet toegankelijk. Duidelijk is dat bij overstromingen dit het geval was maar ook de soms grote hoeveelheid kwelwater uit de zandruggen van de Schijndelse Heide en het afstromende water vanuit leemplateau van de Scheeken veranderde de beemden in moerassen. Het toponiem Broek dat hierop wijst kom je dan ook frequent in het Dommeldal tegen. In de beemden liggen direct in de buurt van de stroom de afgesnoerde meanders van de Dommel. In de loop der eeuwen heeft de natuur, vaak met hulp van de omwonende, meermalen de loop van de Dommel verlegd. Oude delen van de stroom bleven hierbij afgesneden achter en groeiden dicht met waterplanten. Na verloop van tijd kun je uit deze fossiele beeklopen het dode plantenmateriaal als veen opdiepen en gedroogd als turfjes als brandstof gebruiken. De beemden werden daarnaast gebruikt als leveranciers van takkenbossen en hooi.

FOTO 9. Dommelbeemden
  • Neem na de haakse bocht het eerste zandpad links en ga wat verder weer linksaf: de Karthuizerweg. Eerdere aannames over de ligging van het voormalige klooster wezen op deze weg. Op grond van veldgegevens moet hier echter van worden afgezien en zijn locaties wat verderop in de wandeling meer waarschijnlijk.

Marilandica's: populierenteelt en voorpootrecht
In de Meierij en dus ook in en om de Geelders bestaat nog het middeleeuwse voorpootrecht. Hieronder verstaan we het recht om bomen te planten en te oogsten op grond van de gemeenschap. Dit is ontstaan vanuit de aanwezige rechten op de gemeenschappelijke gronden; rondom de Geelders had dat betrekking op de gemeint Bodem van Elde. De bewoners van de dorpen rondom de Bodem kregen de gebruiksrechten over het gebied. Bij de uitgifte aan particulieren van de gemeint Bodem van Elde was er een 'eigendomsvoorbehoud' van de hertog ten aanzien van de bossen en bomen op de door hem verkochte grond, die bleven van hem. Als een gemeenschap dus hout op haar eigen gemeenschappelijke gronden plantte was ze dat hout kwijt als de hertogelijke rentmeester dit constateerde. Het streven om hout telen werkte zo niet want niemand deed mee. Vanaf het eind van de veertiende eeuw gaf de hertog of de heer zogenaamde pootkaarten af, vergunningen om de gemene gronden met hout te beplanten. Dit recht is van de gemeene gronden overgegaan op de wegbermen. Het voorpootrecht of recht van voorpoting bestond vroeger in de hele Meierij van 's-Hertogenbosch doch nu nog maar op een beperkt aantal plaatsen. Bij het niet aanwezig zijn van voorpootrecht kiezen de gemeenten meestal voor één soort boom per weg. Langs landelijke wegen waarvan nu de bermen beplant zijn met verschillende rijen bomen (in soort en ras) en waar vaak de boomsoort wijzigt als ook de aan de weg liggende grond van eigenaar verandert, is het voorpootrecht goed te zien. Mooie voorbeelden zijn te zien aan de Kasterensestraat, Savendonksestraat of Molendijk te Liempde. In deze omgeving tref je ook nog oude populierenrassen zoals de Marilandica die met name gebruikt werden voor de klompenfabricage.

FOTO 10. Populieren
  • Neem het eerste zandpad rechts, de Henzelstraat en u komt weer op de Slophoosweg. Kijk hier goed uit en ga linksaf tot de eerste zandweg rechts, de Baars. Volg deze pad door het fraaie populierenlandschap. Steek op het kruispunt met de verharde Boxtelseweg over en vervolg de weg rechtdoor, het Hoefje. Veld- en archiefonderzoek hebben uitgewezen dat het Kartuizerklooster van Sinte Sophia van Constantinopel in deze buurt heeft gestaan. Globaal plaatsen we de ligging tussen of aan de Slophoosweg en het Hoefje. Geschriften wijzen op de omgeving van beemden, een hoge zandrug en een drukke weg. Ook bevonden zich hier enkele gronden die eigendom waren van de monniken.
FOTO 14. Poosplaats het Hoefje

Een Kartuizerklooster
De elfde eeuw was een tijd van grote spanningen tussen de kerk en de staat. Beiden wilden over elkaar heersen. Bruno van Keulen (ca. 1032-1101) kwam tot de overtuiging God en de mensheid beter te kunnen dienen door gebed in afzondering dan als aartsbisschop. Samen met enkele gezellen trok hij zich ver van de bewoonde wereld terug. In 1084 vestigde hij zich in het onherbergzame berggebied van Chartreuse ten noorden van Grenoble om daar een kluizenaarsgemeenschap te beginnen. In dit klooster, later de Grande Chartreuse genoemd, ontwikkelde hij een nieuwe levenswijze. De orde die hieruit voortkwam heet naar dit berggebied de orde van de kartuizers. De belangrijkste kenmerken van de kartuizers zijn tot op de dag van vandaag de eenzaamheid en het stilzwijgen. Johannes de Doper die de stilte van de woestijn opzocht is voor hen een lichtend voorbeeld. Kartuizers willen de wereld dienen door er zich zoveel mogelijk aan te onttrekken. Dit doen ze niet solitair maar in groepsverband. Een kartuizerklooster is een verzameling kluizenaarswoningen, gegroepeerd rondom een kerk of kapel. Daarin komen de monniken voor gebeden bijeen, maar veel minder vaak dan andere orden. Het nachtofficie hebben ze altijd in ere gehouden. Ze onderbreken daarvoor iedere nacht hun slaap gedurende twee tot drie uur. Ze leggen zich een zeer sobere levenswijze op met lange perioden van vasten. Vlees eten ze nooit. Wel zien we vaak een pescaria of visvijver bij een klooster. Dit zijn allemaal middelen om niet afgeleid te worden van hun hoofddoel. Ze willen zich volledig kunnen toeleggen op contemplatie, meditatie en gebed. Op deze wijze willen ze God zo dicht mogelijk naderen. Het kartuizerleven is een voortdurende zoektocht naar God in het innerlijk van de mens.

FOTO 11. Karthuizerweg
  • Wandel rustig voort en maak een bocht naar rechts en een scherpe bocht naar links. U nadert het Duits spoorlijntje.

Het Duits spoorlijntje
Het Duits Lijntje is van oorsprong een unieke verbinding tussen Oost en West Europa. De spoorlijn is in 1873 geopend door de Noord-Brabantsch-Duitse Spoorwegmaatschappij (NBDS). Het doel van deze lijn was het tot stand brengen van een rechtstreekse korte verbinding tussen de zeehavens Vlissingen, Antwerpen en Rotterdam en het Duitse achterland. Het goederen- en personenvervoer is tot omstreeks 1910 van betekenis geweest als onderdeel van de internationale verbinding tussen Londen en Berlijn en verder oostwaarts richting Vladivostok. Na het faillissement van de NBDS werd de lijn door de NS uitgebaat. In 1950 werd het spoor voor personenvervoer gesloten en in 2004 beëindigde de NS het goederenvervoer op het laatst overgebleven stuk van Boxtel tot Veghel. Koninklijke reizigers namen ook de trein over het Duits Lijntje. Vooral leden van de koningshuizen van Engeland en Pruisen en de Tsarenfamilie uit Rusland reisden om elkaar op te zoeken. Dat gebeurde met name tussen 1888 en 1914. Speciaal voor hen werden extra luxe treinen ingezet. Het Duits Lijntje heeft een rol gespeeld in de opkomst van het spoorwegnetwerk van Nederland. Het idee om de spoorlijn aan te leggen stamt al uit 1867 en bij de oplevering was het een van de eerste internationale spoorwegverbinding in Nederland. Het Duits lijntje liep langs afgelegen kleine dorpjes en steden die profiteerden van de komst van het spoor omdat het zorgde voor ontsluiting en industrie aantrok. Het doek voor de NBDS viel toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. De inkomsten verdwenen en het faillissement was onafwendbaar geworden.

FOTO 12. Duits Lijntje
  • Ga op het spoorlijntje lopen en ga linksaf. Na een korte afstand kunt u rechts afdalen naar een zandpad, de Hoge Beek. Houdt hier links aan. U komt weer op de verharde Boxtelseweg. Ga hier ca 50 m rechtsaf en neem daarna de zandpad links: de Gilders. Neem op de T splitsing het pad links en loop verder over de Gilders. Na enige tijd komt u rechts bij een laan met een hek waarin u de letter M ziet. Ga hier rechtsaf: De Lussendreef, genoemd naar Pieter Lus de koper van de kartuizergronden in de 17e eeuw.
FOTO 13. Lussendreef

De Geelders
De huidige Geelders is verbonden met kartuizergeschiedenis en is een onderdeel van Nationaal Landschap Het Groene Woud. Grote delen van de Geelders zijn nu eigendom van Staatsbosbeheer (185 hectare), Brabants Landschap (75 hectare) en van de Marggraff Stichting (85 hectare). De Geelders ligt op de grenzen van de Brabantse gemeenten Boxtel (Kasteren), Sint-Michielsgestel (Gemonde), Schijndel (Hermalen) en Sint-Oedenrode (Olland). Het gebied is ontstaan uit de laatste delen van de gemeenschappelijke gronden (gemeint) Bodem van Elde en oudere ontginningen. De Geelders is ongeveer 400 hectare groot en het natte karakter van het gebied is mede te danken aan de aanwezigheid van leem. Daarom behoort de Geelders tot de zogenaamde leembossen. De naam Liempde (Lyemde, Limde) is zelfs van dit verschijnsel afgeleid. De aanwezigheid van bos in de Geelders dateert al van ver voor de jaartelling. Ooit was hier een eindeloos, vochtig woud met es, iep, linde en zwarte els. Gebieden zoals de Mortelen, Heerenbeek, Landgoed Velder, Kuppenbunders, Best Broek, Scheeken en de delen van het Dommeldal daar maakten er ook deel van uit. Dit woud was weer onderdeel van een veel groter woud dat via Liemderwalt en het Woud van Elde via het Woud tussen Schijndel en Middelrode richting Vught liep. Alle huidige leembossen inclusief Wijbosch Broek in Het Groene Woud waren onderdeel van dit grotere oerbos. Hierin leefden tal van diersoorten. Niet alleen vos, ree en boommarter, maar ook bijvoorbeeld oeros, wisent, edelhert, wild zwijn, lynx, wilde kat en wolf. Vanaf de zesde eeuw werd de definitieve ontbossing in gang gezet. De eerste ontginningen vonden plaats op de drogere, hoge gronden langs de Dommel, waar plaatsen als Sint-Oedenrode, Boxtel, Liempde en Kasteren ontstonden. Het bos maakte hier geleidelijk plaats voor akkers en heide. Op de meest vochtige delen, zoals in Gheerlaer (= Geelders), hield bos of moeras lang stand. De totale huidige Geelders ontleent zijn naam aan dit goed Gheerlaer, een deelgebied van de Geelders. De oudste vermelding van deze naam dateert uit 1386. Het achtervoegstel 'laer' duidt op een ontginning in een bosrijk gebied: de ontginning van Geerling van den Bossche. De ontginningen in de Geelders ten noorden van de Hoogstraat (nu Savendonksestraat-Hoogstraat) hadden de vorm van kampen. Een gebied van een tiental hectare werd als een eiland in de wildernis met een wal omgeven. Dat is nu nog steeds te zien in het veld. Bijzonder aan de kampen in de Geelders is dat deze niet werden gebruikt voor de landbouw, maar voor de productie van hout. In 1471 werden de kartuizers van klooster Sint-Sophia van Constantinopel, oorspronkelijk gesticht in Olland, eigenaar van delen van de huidige Geelders. Naar schatting hadden deze monniken gedurende kortere of langere tijd ongeveer 130 hectare binnen het huidige Geelders-complex in eigendom. Zij gebruikten de Geelders voor houtproductie, zowel schaarhout als stamhout. De rechten op de overige gedeelten van de Geelders gebruikten voor het door de pachters laten weiden van varkens, runderen en schapen. Ook werd turf en heideplaggen geoogst. Hout was zeer kostbaar, daarom werden jonge bomen en struiken beschermd tegen het rondtrekkend vee via de aanleg van vlechtheggen. Twee eeuwen later, rond 1659, verkochten ze deze goederen, die na verloop van tijd meestal in grote stukken bij de huidige eigenaars terecht kwamen. Recent onderzoek toont aan dat de natuur- en de cultuurhistorische waarde van de Geelders erg hoog is. Met name de voorjaarsflora van Slanke sleutelbloemen en Bosanemonen is bijzonder. Zeldzame vogelsoorten zoals de Wespendief, Middelste bonte specht en Houtsnip komen in belangrijke aantallen voor. Door de aanwezigheid van dood hout zijn er bijna 1000 soorten kevers aanwezig.

FOTO 17. Geelders
  • Loop de hele Lussendreef af en ga op het einde linksaf, de Schutstraat. Links van u ligt een zeldzaam stukje heide in dit overwegend bosrijke gebied. Neem de eerste zandpad rechts, de Henzelstraat en u komt weer op de Slophoosweg.Loop de Schutstraat helemaal uit tot voorbij de bocht naar links tot er een zandpad rechts verschijnt dat u het bos uitvoert. Neem dit pad niet maar ga hier rechtdoor op een laag dijkje lopen met links bos en rechts weilanden.
We zijn hier in een deel van het bos dat het toponiem het Speet draagt. Hier lagen in vroegere eeuwen percelen met hakhout die omgeven werken door lage dijkjes. De Kartuizers waren eigenaren van enkele van deze productiebossen waarvan vermeld is dat ze omgeven werden door gevlochten hagen van veelal doornige struiken. Het verschijnsel dat hagen ineen gevlochten werden zien we vaker op plaatsen waar men voor een echt ondoordringbare afscheiding opteerde. FOTO 15. Geelders
  • Volg het pad linksaf en ga rechts bij het eerste zandpad. U wandelt in de richting van wat bosweiden en ga op het einde van het pad linksaf. Probeer de sloot droog over te steken en ga rechtsaf langs de weiden lopen. Uiteindelijk komt u weer op het Duitse spoorlijntje en bij café 't Groene Woud.
Route Kartuizers - PLATTEGROND
  • Plattegrond route Kartuizers